Korte trip Jordanië met peuter

Jordanië met kinderen is echt een aanrader! Het is een bijzonder land met natuurlijk één van de prachtige wereldwonderen: Petra. Alleen daarvoor zou je eigenlijk gelijk in het vliegtuig moeten stappen!

Pak dan gelijk ook de dode zee mee als tussenstop, want hoe magisch is het om te kunnen drijven zonder maar iets te hoeven doen!

Wat ons betreft kun je het beste in de herfst of winter een (kort) bezoekje brengen. Dan is de temperatuur nog erg aangenaam en kun je heerlijk rondstruinen in onder andere Petra.

De heenreis naar Jordanië
We vliegen in de middag vanuit Keulen en kunnen ’s ochtends redelijk rustig aan doen. Op het vliegveld van Keulen maken we kennis met stugge medewerkers. We worden eerst bij de bagagecontrole naar een fast-lane gestuurd, echter als we aan de beurt zijn blijkt dat we daar niet terecht kunnen met de autostoel (zucht). De autostoel nemen we mee het vliegtuig in (let op! dit moet je tevoren aanmelden en de stoel moet aircraft suitable zijn!). We worden verwezen naar een andere rij. In deze rij moeten we – uiteraard – weer achteraan sluiten. Gelukkig komen we daar nog redelijk bijtijds aan, vijf minuten later is de rij namelijk twee keer zo lang.

Als we na wat tegenslagen nog mooi op tijd bij de gates aankomen, eten we nog even snel een broodje en kunnen dan al het vliegtuig in. Ready for take off! Het is ca. vijf uren vliegen en vanuit het vliegtuig zien we het donker worden buiten. In december is het in Jordanië al vroeg donker (rond 17.00 uur). Als we boven Israel vliegen hebben we een prachtig uitzicht over Tel Aviv.

Het vliegveld van Akaba is erg klein en de medewerkers erg vriendelijk. Ze zijn allemaal gek op onze peuter en maken veel contact met haar. Als we de benodigde stempels in de paspoorten hebben, staan we al snel buiten. We krijgen onze 4WD en vertrekken vlug naar het eerste hotel.

Zon, zee en Strand in Badplaats Akaba
Akaba bevindt zich aan de Rode Zee, aan de andere kant van de zee kun je Egypte zien liggen. Akaba is daarnaast de enige havenstad van Jordanië. Voor geschiedenis en cultuur hoef je niet naar Akaba. Ze richten zich echt op het duiken (het is dan ook één van de mooiste duikgebieden ter wereld).

We komen hier wat later in de avond aan. Ons hotel ligt aan de boulevard, dus we lopen even een rondje door Akaba – een stad die veel gelijkenissen heeft met de markten in Marrakech. Het hotel zelf (Al Deriya) is geen aanrader. Het is erg oud en vervallen. We boekten ook het goedkoopste hotel hier, dus veel hadden we er niet van verwacht. Gelukkig gaan we morgen erg vroeg weer op pad, dan staat Petra op het programma!

De wonderlijke wereld in Petra
Om 6 uur ’s ochtends stappen we in de auto voor een twee uur durende reis naar Petra. Niet ver buiten Akaba vind je een wachthuisje. Het heeft wat weg van een grensovergang. Stapvoets rijden we erlangs en de militairen zwaaien, na een snelle blik in de auto, dat we door mogen rijden.

De route is rustig, we kunnen lekker doorrijden en om ons heen kijken. Her en der zie je tenten in de woestijn staan, een bizar aangezicht. De bermen liggen verder vol met rommel; plastic, autobanden, je kunt het zo gek niet bedenken.

Bijna 2 uren laten rijden we Wadi Musa binnen. Door het plaatsje rijden we naar beneden en zien we de entree van Petra. We parkeren de auto op de parkeerplaats (gratis!) en lopen een klein stukje naar de ingang. Hier kun je aan de linkerkant met je Jordan Pass een toegangskaartje ophalen (idem gratis!). Aan de rechterkant vind je nog toiletten en wat winkeltjes voor de souvenirs (in Petra bevinden zich ook vele kraampjes met souvenirs!).

Het is ca. 2 km enkele reis lopen naar the Treasury. Vele locals proberen je mee te krijgen op een paard. Ze geven aan dat je er met je kaartje al voor hebt betaald, echter willen ze over het algemeen aan het einde nog wel een fooi. Ben je slecht ter been dan is het wellicht een uitkomst. Wij voelen ons er niet goed bij, de paarden zien er triest uit en worden volgens ons niet heel goed verzorgd.

Het lopen is verder ook helemaal geen straf, je loopt door een prachtige kloof en kunt op ieder moment wel duizend plaatjes schieten.

Iedere bocht vraag je je af of je dan de Treasury zult zien. Tot op het moment dat het daadwerkelijk gebeurd. Een magisch moment.

In het echt ziet de Treasury er nog veel fenomenaler uit, eigenlijk is geen enkel woord de juiste beschrijving. De bewakers, kamelen, wilde katten, alles draagt bij aan een intense belevenis van het moment. We besluiten even bij het restaurantje aan de linkerkant wat koffie te drinken om de vervolgroute te bepalen. We zijn gelukkig vrij vroeg en het is nog erg rustig, een aanrader is het om zo vroeg mogelijk door de poorten van Petra te lopen om the Treasury te aanschouwen!

De vele trappen naar het uitzichtpunt
We besluiten de Al Kubtha trail te bewandelen. Deze voert je naar een uitkijkpunt over de Treasury. De route is wat moeilijk te bepalen, we kwamen soms wat aan het zoeken vandaar dat ik hem hieronder nog even benoem.

Kies voor deze route om via de rechterkant van de Treasury te gaan (linksom staan bewakers en willen (veel) geld hebben voor toegang). Tussen de beide bergen door is een pad. Aan je linkerhand heb je hier kraampjes met souvenirs. Iets verderop komen we de laatste toiletstop tegen.

Niet ver daarna lopen we met een immens amfitheater. Prachtig en onvoorstelbaar dat ze zoiets zo lang geleden konden maken. Na de bocht heb je aan weerszijden winkeltjes en restaurantjes. Vlak na het laatste winkeltje aan de rechterkant kun je de trappen beklimmen.

Samen met onze peuter klimmen we de eerste lading aan trappen. Tess houdt het nog goed vol en is (gelukkig) nog erg energiek. Na de eerste trappen hebben we weer even de afleiding van souvenirs. We komen op een t-splitsing. Rechtsaf is richting de tombes, linksaf de Al Kubtha trail.

We beklimmen eerst de trappen richting de tombes, waarna we weer afdalen om de Al Kubtha trail te vervolgen. De tombes zijn niet echt benoemenswaardig om helemaal naartoe te lopen, je kunt dus ook besluiten om niet eerst die trappen op te lopen en gelijk links aan te houden.

Als je om de rots/berg heen bent gelopen komt pas echt de uitdaging. De ene na de andere trap komt in zicht en het is een pittige klim. Halverwege houden we even een lunchpauze. We hebben een tas met voldoende water en eten bij ons. Wil je vrij zijn in waar je heen gaat, neem dan zeker zelf eten en drinken mee. Er zijn verschillende restaurantjes, maar deze hebben wij – op koffie na – niet uitgetest.

 

 

 

 

Als we bovenop de berg aankomen hebben we een fantastisch uitzicht over het amfitheater aan de rechterkant.

Als berggeiten de zwarte pijl volgen
Links houdt het pad op en we zijn even verbouwereerd. Hoe moeten we nu verder? Tot we plotseling een zwarte pijl op de rotsen zien, zouden we die moeten volgen?

We besluiten het erop te gokken en klimmen als berggeiten een stukje naar beneden. Op een zelfgemaakt pad voorzien van her en der een zwarte graffiti pijl lopen we verder.

We hebben het gehaald! Helemaal op het puntje van de rots bevindt zich een klein tentje. Je kunt hier onder het genot van een kopje koffie of verse appelsap genieten van het adembenemende uitzicht. Stiekem puffen we ook wat uit van de wandeltocht, onze benen zijn het klimmen niet echt gewoon.

De terugweg vergaat ons makkelijker. Tess zit lekker in de drager op de rug en binnen no-time zijn we weer beneden. Tess valt in slaap op de rug en we besluiten dat we wel klaar zijn met het wandelen, we lopen terug naar de auto. Wat een ervaring, wat een indrukwekkende omgeving!

We rijden naar het hotel – het hotel is oud, maar gelukkig schoon. We springen gelijk onder de douche, daar hadden we ons op verheugd. Als we weer helemaal schoon zijn stappen we weer in de auto. We gaan uit eten bij de Red Cave. Hier kun je heerlijk (nationaal) eten, maar hebben ze ook toegankelijkere gerechten.

Moe maar voldaan stappen we het hotel weer binnen en vallen al snel in slaap.

Kris kras door de bergen op weg naar de Dode Zee
Op een wat christelijker moment lopen we naar beneden voor het ontbijt. Ze hebben hier flat bread met humus, gekookt ei, jam en koffie/thee. Ik kan geen genoeg krijgen van de heerlijke humus hier, het lijkt in niets op de humus die je in Nederland in de supermarkt koopt. Als we zijn bekomen stappen we in de auto voor de reis naar de Dode Zee.

Het is in de bergen wat mistig, in het begin kunnen we dus weinig zien. Maar als we de mist plotseling uitrijden hebben we een gigantisch uitzicht. Het is geen straf om hier te rijden, de bochtige weg met de mooie vergezichten, de route mag van mij nog wel even duren!

En dan, een grote witte vlakte. Als we dichterbij komen zien we dat het een dikke zoutlaag is. Het duurt dan ook niet lang tot we de dode zee in zicht hebben. We rijden eerst naar een uitkijkpunt. Bovenop de berg is ook een restaurant. We hebben nog niet geluncht en schuiven hier aan voor een stevige lunch; fish and chips.

 

 

 

 

Helemaal ontregeld door een beetje regen
Het begint te regenen en we besluiten door te rijden naar het hotel. Als we goed en wel onderweg zijn begint het echt te gieten. Vanuit de berg komen meerdere watervallen en modderstromen.

Met moeite – door het slechte zicht – vinden we het hotel. De portier laat ons door de poort en we parkeren onze auto. In de lobby zijn ze druk bezig met dweilen. Ze zijn niet berekend op water en het stroomt allemaal het hotel binnen.

We checken in. Wat een luxe hotel in vergelijking met de afgelopen twee hotels. Een fijne afsluiter! We lopen een rondje op zoek naar de toegang tot de Dode Zee.

Helaas mogen we de Dode Zee niet in… Gesloten in verband met de regen – je zou ook maar nat worden ;). We worden verwezen naar een binnenzwembad. Dit zwembad bevat het zoute water van de Dode Zee. Niet veel later liggen we in het water. Helaas is het met onze peuter geen succes. Ze wrijft met haar arm in haar ogen en krijgt zo zout in haar ogen. Snel worden we verwezen naar de douches en spoelen haar ogen schoon.

We badderen daarna in het bad van de hotelkamer en lopen dan naar de pub. Er wordt wat gepoold, we kletsen wat en eten daarna een simpele maaltijd met een hamburger. Als Tess moe wordt gaan we terug naar de hotelkamer. We kruipen vroeg het bed in, de volgende dag hopen we op droog weer zodat we de Dode Zee in kunnen!

Drijven in het zoute water
Als we wakker zijn voelen we eerst op het balkon of het droog is. De temperatuur is al aangenaam buiten en het zonnetje schijnt! Yes, vandaag kunnen we drijven in de Dode Zee.

Na een heerlijk uitgebreid ontbijt lopen we in onze zwemkleding naar de zee. Vlakbij het hotel zien we een eerste bord ‘de waterstand van 2000’. De Dode Zee is in 19 jaren wel ca. 10 meter gezakt. Je leest er wel eens over, maar als je het met eigen ogen ziet is het echt schrikbarend.

Het water voelt in het begin vrij koud aan en het duurt eventjes voordat je eraan gewend bent. Je kunt het een beetje vergelijken met in het zwembad gaan. Ik loop wat dieper het water in en ga dan liggen. *Floep* daar zijn mijn benen. Het is een gek gevoel dat je automatisch drijft. Het is vrij lastig om te draaien. Zwemmen is bijna onmogelijk, omdat je benen eigenlijk boven het water drijven. Een hele bijzondere ervaring.

We proberen elkaar onder water te duwen, maar ook dat heeft geen succes. Een gekke gewaarwording. Doordat het met Tess in het zwembad gisteren niet zo goed ging, wil ze vandaag helaas ook niet in de zee proberen. Ze speelt lekker met de grote zoutkorrels in haar emmertje. Helaas is het meer een grindstrand dan zand. Maar gelukkig vermaakt ze zich verder prima!

Als we een aantal foto’s geschoten hebben stappen we even onder de buitendouche om ons af te spoelen. Daarna lopen we terug naar de hotelkamer om even goed na te douchen. Het vele zout voelt heel gek aan. Het is een beetje alsof je heel geconcentreerd (en veel) wasmiddel aan je vingers hebt.

Aangehouden door de politie
Als we allemaal weer gepoetst zijn en de tassen ingepakt, stappen we in de auto. We rijden langs de grens met Israël terug naar Akaba. Langs de snelweg zie je hier soms kamelen in de woestijn lopen of een herder met zijn geiten.

We toeren lekker over de snelweg tot we plotseling door de politie naar de kant worden gemaand. We reden te snel volgens hun lasergun. We werken rustig mee en krijgen een bekeuring. Als alle gegevens zijn ingevuld en we een papiertje meekrijgen rijden we – iets rustiger – verder.

Onderweg maken we geregeld wat foto’s. Hoewel je hier veel woestijn hebt is het toch de omgeving toch heel veelzijdig. Zandwoestijn, grindwoestijn, tentenkampen, akkers, uitzicht op de bergen, zicht op buurland Israël.

Tot dochterlief er klaar mee is; ‘ik loop wel naar Nederland mama’. En daar gaat ze, de woestijn in. Gelukkig kunnen we haar nog net ompraten om toch met ons mee te rijden naar het vliegveld.

De laatste uren in dit waanzinnige land zijn geslagen, we kijken onze ogen uit. De indrukken van dit land zullen we nooit vergeten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *